Vorden Wiersserallee 9 Buitenplaats De Wiersse

  1. Home
  2. Monumenten
  3. Vorden Wiersserallee 9 Buitenplaats De Wiersse

Vorden Wiersserallee 9 Buitenplaats De Wiersse

Monument ID

509704

Adres

Wiersserallee 9

Plaats

Vorden

Bouwstijl

Kasteel-Landhuis

Monument soort

Rijksmonument

Datering

1678 en latere verbouwingen

Gemeente

Bronckhorst
Geopend tijdens de Open Monumentendag 2024 op zaterdag 14 september en zondag 15 september van 10.00 -16.00 uur.
Landgoed de Wiersse is befaamd om de wonderschone tuinen. Regelmatig zijn deze tegen een kleine vergoeding te bezoeken, ook tijdens het Open Monumentenweekend, onderhoud is immers kostbaar. Maar de Grote Zaal in het kasteel is dit weekend gratis opengesteld. Deze Victor de Stuerszaal heeft wanden van goudleer, gemaakt rond 1700. Ook de wandtapijten, schilderijen en meer zijn van hoge kwaliteit. Dus grijp je kans en bezoek de Grote Zaal, bewonder de tuinen en rust uit met een kopje koffie op het gezellige terras.

Dus de Grote Zaal is gratis geopend tijdens de Open Monumentendag, voor de tuinen wordt entreegeld gevraagd.

DE GERESTAUREERDE GROTE ZAAL VAN VICTOR DE STUERS OP DE WIERSSE (brochure OMDB 2015)
Het goudleer en de wandtapijten
De wanden van de Grote Zaal zijn boven de lambrisering bedekt met goudleer uit Mechelen, gemaakt rond 1700. Zij bestaan uit vierkante runderhuiden waarop, naar Spaans voorbeeld, ’goudglans’ van bladzilver en kleur met olieverf is aangebracht. Karakteristiek voor Vlaams goudleer is het reliëf dat in het leer is gedrukt.

De 17de eeuwse tapijten in de panelen van de lambrisering bestaan uit onderdelen van tapijten die al uit elkaar waren gesneden toen Victor de Stuers ze kocht. Zij vertellen het verhaal van Decius Mus, een vroeg Romeinse consul, die na een droom zichzelf bewust opofferde in de strijd tussen de Romeinen tegen hun vijanden de Latijnen.
Zij zijn geweven in wol en zijde naar het ontwerp van Peter Paul Rubens’ olieverfschilderijen, die nu in het Liechtenstein Paleis in Wenen hangen.
De eerste tapijten naar dit ontwerp zijn geweven door Jan Raes II in Brussel. De Grote Zaal tapijten zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Het gebruik van linnen (in plaats van wol) als ’ketting’ doet vermoeden dat zij in Gouda of Schoonhoven zijn ontstaan, misschien in de weverij van Peter de Cracht.

Schilderijen, gebrandschilderd glas en andere elementen van de Zaal
Tussen 1994 en 2015 is gewerkt om, een voor een, de interieur onderdelen van de Zaal te herstellen: de wandbetimmeringen, de zandstenen kariatiden (Adam en Eva), de twee Delftse polychrome tegeltableaus in de schouw voorstellend ’water’ en ‘vuur’ en de drie kroonluchters. Ook zijn de schilderijen ’Diana en Endymion’ door Luca Giordano en de 17de eeuwse portretten geconserveerd. De paneeltjes gebrandschilderd glas in de grote ramen tonen alledaagse voorstellingen zoals een scheepstimmerwerf, scenes uit de Bijbel en de mythologie en bewerkingen op glas van prenten van Maarten van Heemskerck, Hendrick Goltzius en Abraham Bloemaert. Zij zijn van oorlogsschade hersteld.

Voorgeschiedenis en Victor de Stuers
De aankleding van de Grote Zaal is stuk voor stuk verzameld door Victor de Stuers en aan het eind van de 19e eeuw ingepast in zijn huis in de Parkstraat, dicht bij zijn werk in Den Haag. Hij leidde de nieuwe afdeling Kunsten en Wetenschappen aan het Binnenhof, die opgericht was als antwoord op de klaroenstoot gegeven door zijn 1873 artikel ’Holland op zijn smalst’. Als referendaris heeft hij Pierre Cuypers gekozen als architect voor het Rijksmuseum, de doorbraak geforceerd tot de zorg voor onze monumenten, de Rijks- en de provinciale archieven gevormd en tekenlessen in openbare scholen geïntroduceerd.
Veel monumenten zijn door hem gered. Meerdere malen heeft hij een pand (onder andere de Drogenapstoren in
Zutphen en de Schotse huizen in Veere) met eigen geld gekocht, om het later in veilige handen door te kunnen geven.

Zijn marmeren buste houdt de wacht over de Zaal; hier tegenover staan twee koperen bustes, eveneens van vechters; zijn vader Hubert en diens broer François. Als jonge krijgslieden hebben zij te Waterloo gevochten: één als Rode Lancier van de garde van Napoleon, de ander onder het bevel van de Prins van Oranje.
In de jaren na het overlijden van Victor de Stuers in 1916 heeft zijn enig kind Alice de Grote Zaal verplaatst naar een ervoor ontworpen ruimte in het bouwhuis van De Wiersse.
In hetzelfde tijdperk heeft zij, samen met haar echtgenoot W.E. Gatacre, de internationaal bekende tuin en het park hun huidige vorm gegeven.
Tussen 1994 en 2016 is de Grote Zaal meegenomen in het restauratieprogramma voor huis, tuin en landgoed onder leiding van Victor de Stuers’ enige kleinkind E.V. Gatacre en zijn vrouw Laura.

Restauratie van goudleer en tapijten
Het goudleerbehang is geconserveerd door Restauratie Nijhoff Asser. Beschadigingen zijn hersteld met kalfsleer en perkamentlijm. Speciaal ervoor ontwikkelde frames met verende randen van aluminium zijn gebruikt om het goudleer in twee richtingen te laten glijden. Hierdoor kan het leer schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid doorstaan zonder zijn strakheid als muuraankleding te verliezen.
De tapijtfragmenten zijn in atelier ICAT eerst tegen ongedierte ingevroren en daarna gereinigd door Sadegh Memarian. Daarna hebben Loutje den Tex en Olga van Boetzelaer de tapijten gerestaureerd en een katoenen steunweefsel aan de achterkant aangebracht.

Financiële steun
De restauratie van het goudleer en de tapijten is uitgevoerd in opdracht van de Stichting Landgoed de Wiersse, mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de provincie Gelderland, de Bredius Stichting, de M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, de Stichting Bonhomme Tielens en de Stichting Prins Bernhard Cultuurfonds.

Bron: Rijksmonumentenregister
HOOFDGEBOUW (huis De Wiersse) van de historische buitenplaats De Wiersse, waarvan de oudst bekende vermelding dateert uit 1288, toen door de abdis van het adellijke vrouwenklooster te Hoog-Elten in een akte werd opgenomen dat de pacht jaarlijks op haar huis ‘de Wedersche’ moest worden voldaan.
Tot de 16de eeuw bleef de band tussen het klooster en het goed De Wiersse (dat in de loop der tijd geschreven werd als Wedersche, Wyrsche, Wyersche en ten slotte als De Wiersse) bestaan. In 1651 werd de Baakse Beek vermoedelijk vergraven, waardoor de beek ten noorden van het huis kwam te liggen. De kelders aan de noordkant en wellicht opgaand muurwerk van het toen nog bestaande huis maken deel uit van het huidige huis De Wiersse dat waarschijnlijk na 1678 werd herbouwd.
Aan het begin van de 18de eeuw werd de kop (noord) van het T-huis herbouwd en werden de vensters van het middendeel vergroot. Waarschijnlijk dateren de halfcirkelvormige natuurstenen trappen bij de hoofdentree uit dezelfde periode.
In de tweede helft van de 19de eeuw raakt het huis licht in verval en omstreeks 1870 worden -niet uitgevoerde- plannen gemaakt om het huis van neo-renaissancegevels te voorzien.

In 1893 trouwt erfdochter Aurelia Carolina van Limburg Stirum met Victor de Stuers en november van dat jaar wordt Victor de Stuers eigenaar van het goed. In de periode 1907-1912 wordt het huis gerestaureerd, waarbij onder meer de vensters worden voorzien van meerruits-(schuif)vensters in de oorspronkelijke 18de-eeuwse stijl, gekopieerd naar de indertijd niet gemoderniseerde ramen van minder belangrijke kamers. Tijdens een tweede restauratie van het huis, in 1921-1925, door prof. dr. ir. Slothouwer, wordt de voorgevel (zuid) twee traveeën dieper en voorzien van een koepelachtige, uitspringende entreepartij met hergebruik van de halfcirkelvormige zandstenen trappen en met een stoep. Tevens wordt het interieur gemoderniseerd en voorzien van modern sanitair.
In deze tijd wordt ook de zuidzijde van de -vermoedelijk aan het begin van de 19de eeuw gedempte- binnengracht weer doorgetrokken, waardoor het huis weer geheel omgracht is. Het aldus ontstane eiland wordt omgeven door keermuren en is toegankelijk middels een bakstenen brug. Het huis heeft het karakter dat het heeft gekregen tijdens de twee restauraties in het eerste kwart van de 20ste-eeuw, geheel behouden. Het rood bakstenen huis op I-vormige plattegrond, bestaande uit een souterrain en bel-etage, wordt overkapt door een met blauw oud-hollandse pannen gedekt, samengesteld en afgeknot zadeldak waarop dakkapellen en schoorstenen staan.
In 1912 is het achterhuis voorzien van een plat dak om ruimte te winnen. De entreepartij wordt gedekt door een vijf-zijdig tentdak dat bekroond wordt door een klokkentorentje met klok. De gevels zijn voorzien van meerruits-(schuif)vensters naar het oorspronkelijke, 18de-eeuws model. De achtergevel (noord) rust in de gracht en is voorzien van een 18de-eeuws zwart smeedijzeren sierbalkon met vergulde ornamenten. De voor- en zijgevels staan op het eiland. De zijgevels zijn voorzien van entrees tot de begane grond en van treillages naar 19de-eeuws ontwerp.

Bron: Rijksmonumentenregister
INTERIEUR
Het interieur van het huis werd tijdens de twee restauraties in 1907-12 en 1921-25 gemoderniseerd. Zo was tot 1921 in het huis op de bel-etage geen gang aanwezig en was het trappenhuis in de voorhal geïncorporeerd. In 1921 is de indeling van de plattegrond onregelmatig geworden en in 1922 werden onder meer door professor Slothouwer het voorhuis en de entree gebouwd, waarvan de deur met bovenlicht afkomstig is uit een destijds gesloopt Amsterdams huis.
In het huidige interieur dat grotendeels uit de periode 1921-1925 dateert, zijn vele onderdelen verwerkt die afkomstig zijn uit de verzamelingen van Victor de Stuers. Op de bel-etage bevinden zich onder meer kamers met eenvoudige stucplafonds, een schouw met gesneden boezem in vroege-Lodewijk XV vormen, een in 1925 vanuit het 18de-eeuwse deel van het huis naar de ingangspartij verplaatste, vroeg 18de-eeuws linnenbehangsel (chinoiserie, oorspronkelijk rood en groen).
In de eetzaal bevinden zich omstreeks 1916 aangebrachte geschilderd landschappen uit 1820 van W. Uppink, in hout gesneden bovendeurstukken uit ca. 1925 in dezelfde trant als de vroeg 19de-eeuwse stucornamenten in het plafond en om de vitrinekast, een parketvloer uit ca. 1916 en een buffetkast zelfde periode.
De zuid-west salon werd in 1925 ingericht: de parketvloer dateert uit dit jaar, evenals de houten lambriseringen, gordijnen en gordijnkappen. Ook de gordijnen en kappen in de bibliotheek en muziekkamer dateren uit hetzelfde jaar. De gordijnen in de kleine bibliotheek uit ca. 1870. De schouw is afkomstig uit de serre van de Parkstraat en komt oorspronkelijk uit de consistoriekamer van een Leidse kerk. Tevens op de bel-etage marmeren vloeren, eikenhouten beschilderde lambriseringen en binnenluiken die gedeeltelijk binnen de lambrisering vallen.
Centraal in het huis is in 1925 het trappenhuis geplaatst, waarvan meerdere balusters en ornamenten 17de-eeuws zijn en zijn voorzien van gesneden bloemenranken.
Het interieur van de verdieping dateert grotendeels uit 1925, een aantal deuren zijn gemaakt naar het model dat zich bevond in het huis van de Stuers in de Brusselse Straat in Maastricht.
Het interieur van de begane grond dateert deels van voor 1912. Hier bevinden zich onde rmeer de keuken en slaapkamers. Tevens zijn onder de entreepartij tegels verzameld door Victor de Stuers verwerkt, en in de kamer aan de oostzijde een vroeg 18de-eeuwse schouw. Deze en meerdere haarden zijn voorzien van vloertjes met leien op hun kant geplaatst op de Maastrichtse manier. De kamers aan de noord- en oostzijde, alsmede de gangen zijn voorzien van eikenhouten of geschilderde lambriseringen uit de periode van voor 1912 en deels uit 1925.

Het HOOFDHUIS (Huis De Wiersse) behorende tot de historische buitenplaats De Wiersse is van algemeen belang:

-vanwege de ouderdom;

-vanwege de architectonische vormgeving;

-vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en het interieur;

-vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats;

-vanwege de kenmerkende ligging binnen de in oorsprong 18de-eeuwse parkaanleg, die in de eerste helft van de 20ste eeuw zijn huidige karakter in Italiaans-Engelse stijl kreeg.

Menu